Export van diensten - Lennart Huijsen & Jonathan de Gouveia

Export van diensten

In de week van 18-22 mei 2020 vond de virtuele National Export Awareness Week 2020 plaats. Een prachtig initiatief om Curaçao als jurisdictie voor exportdiensten onder de aandacht te brengen. Dit mogelijk gemaakt door onder andere het Ministerie van Economische Ontwikkeling. Eén van de onderwerpen tijdens de webinars was de succes factoren en valkuilen voor de financiële - en belasting functie voor een optimaal Export Business Model.

Curaçao heeft een lange historie in de financiële dienstverlening die teruggaat tot vóór de Tweede Wereldoorlog. Om te voorkomen dat multinationals uit handen van de bezetter bleven, werden de zetels van bedrijven als Shell, Philips en Unilever naar Curaçao verplaatst. Deze industrie kende zijn hoogtijdagen in de jaren ‘80 met wel 25.000 offshore vennootschappen. Andere landen werden steeds strenger qua belastingwetgeving en dreigden om Curaçao te plaatsen op lijsten van landen die als belastingparadijs werden aangemerkt. De industrie van financiële dienstverlening werd langzamerhand steeds kleiner in omvang. Op dit moment heeft het eiland nog bijvoorbeeld houdstervennootschappen, offshore banken, SPF’s, online casino’s en investeringsvehikels.

Een onderzoek dat door Marija Lindemane, wetenschapper op het gebied van financiële diensten, in 2011 is gepubliceerd toont aan welke variabelen van belang zijn als een land aantrekkelijk wil zijn om (financiële) diensten te exporteren. Haar onderzoek toont aan dat de volgende variabelen significante invloed uitoefenen op de aantrekkelijkheid van een land om deze diensten te exporteren:

  • Financiering via een lokale aandelenmarkt;
  • Weinig tot geen corruptie in overheidsinstellingen;
  • Recht op eigendom;
  • Open en eerlijke markt;
  • Geen beperkingen op geldstromen;
  • Beperkte overheidsuitgaven;
  • Sterk ontwikkelde financiële sector;
  • Betrouwbare overheidsinstituten;

Lage directe en indirecte belastingen.

Curaçao is op sommige punten zoals lage belastingen (indien het bedrijf goed gestructureerd is) en eigendomsrechten sterk. Op andere punten zoals corruptie en overheidsuitgaven moet nog een flinke slag geslagen worden.

Verder moeten wij met z’n allen overeenkomen waar wij ons op gaan focussen. Wil Curaçao de nieuwe Kaaimaneilanden worden? Persoonlijk vinden wij dat niet. De wereld beweegt zich steeds meer in de richting waarbij bedrijven ethisch moeten zijn en hun “fair share”  aan belastingen en andere heffingen moeten afdragen. Met verdragen als CRS en FATCA worden financiële stromen ook steeds transparanter.

Op 1 januari 2020 is de oude offshore regeling op Curaçao geëindigd. Deze regeling bood een zeer lage winstbelasting van 2.4-3% aan. De E-zone faciliteit met een tarief van 2% is ook niet meer van toepassing op diensten. De overheid en hun experts hebben daar echter iets moois voor bedacht: het zogenaamde territorialiteitsbeginsel. Deze regeling is volledig goedgekeurd door de Europese Unie en de OECD en zorgt er dus voor dat ons eiland niet op zwarte lijsten geplaatst wordt. Hoe kan een bedrijf hier gebruik van maken?

De opzet van een fiscaal optimale structuur is uiteraard van belang voor een Export Business Model. Met het afschaffen van het offshore regime in 2019 en het vervallen van het E-zone Regime voor diensten is in 2020 een uniek systeem voor het heffen van winstbelasting geïntroduceerd op Curaçao. Vanaf 2020 geldt dus het territorialiteitsbeginsel. Bedrijven worden niet langer belast voor hun wereldwinst. Dit is  de winst waar ter wereld ook behaald. Nee, vanaf 2020 wordt alleen binnenlandse winst belast met 22% winstbelasting. Buitenlandse winst wordt niet belast in Curaçao. Het niet heffen van belasting over buitenlandse winsten is een belastingsysteem dat internationaal aanvaardbaar is en door andere landen ook wordt toegepast. En dat kan interessant zijn voor export diensten. Uiteraard gelden er eisen om in aanmerking te komen voor het niet belasten van de buitenlandse winsten. Zo dient er op Curaçao voldoende substance te bestaan en dient het bedrijf te voldoen aan eisen van een vaste inrichting. In de praktijk betekent dit dat er een kantoor op Curaçao aanwezig is met personen die leiding geven en verstand hebben van de business van export diensten.

Voor bedrijven die zowel lokale diensten als export diensten hebben werd een optimale houdsterstructuur besproken. Het komt erop neer dat de lokale diensten, met een winstbelastingtarief van 22%, en de export diensten, niet belast met winstbelasting, beter in een aparte vennootschap kunnen worden ondergebracht. Om de kerstboom compleet te maken hangt daar dan een houdstervennootschap boven. Een voordeel hiervan is dat de houdstervennootschap de mogelijkheid heeft om de vennootschap met de lokale diensten en de vennootschap met de export diensten separaat te verkopen. En dit dan op een belastingvriendelijke manier.

Verder werden de omzetbelastingaspecten voor export van diensten weergegeven. Hierbij kwam naar voren dat voor veel export diensten geen omzetbelasting hoeft te worden berekend als de afnemer van de diensten zich in het buitenland bevindt en de dienst ook in het buitenland wordt genoten. Kortom, voor export diensten heeft Curaçao een fiscaal aantrekkelijk klimaat. 

Door Lennart Huijsen, partner en belastingadviseur bij Grant Thornton, email lennart.huijsen@cw.gt.com en Jonathan de Gouveia, director Assurance bij Grant Thornton, e-mail jonathan.de.gouveia@cw.gt.com.

 

 

Also check out our new GRC services